De Noordzee, onze eigen achtertuin vol energie, staat aan de vooravond van een ware revolutie. Waar windmolens op zee lange tijd verankerd waren aan de bodem, opent een nieuwe technologie deuren naar onbegrensde mogelijkheden: drijvende windparken. Ik neem je graag mee in de fascinerende wereld van deze drijvende reuzen en hun cruciale rol in de toekomst van duurzame energie. Het is een ontwikkeling die niet alleen technisch indrukwekkend is, maar ook essentieel om onze klimaatdoelen te halen en de Noordzee te transformeren tot een krachtcentrale van groene stroom.
Waarom drijvend? De noodzaak voor dieper water
Traditionele windturbines op zee, met hun funderingen stevig in de zeebodem, hebben ons ver gebracht. Maar ze hebben een beperking: ze zijn economisch en technisch eigenlijk alleen haalbaar in waterdieptes tot ongeveer 60 meter. Kijk je echter naar het wereldwijde potentieel voor windenergie op zee, dan bevindt zich naar schatting maar liefst 80% van de windbronnen in diepere wateren. Grote delen van de Noordzee, en vele andere zeeën wereldwijd, waren daardoor tot voor kort onbereikbaar terrein voor windparken. Drijvende windturbines doorbreken deze barrière. Ze zijn niet afhankelijk van de diepte, waardoor we toegang krijgen tot uitgestrekte nieuwe gebieden om schone energie op te wekken.
Het grote voordeel van diepere wateren, verder uit de kust, is niet alleen de beschikbaarheid van ruimte. De wind is er vaak ook aanzienlijk krachtiger en constanter dan dichter bij land of in ondiepere zones. Dit betekent dat drijvende turbines potentieel een hogere energieopbrengst per turbine kunnen leveren, wat de efficiëntie ten goede komt. Bovendien, door parken verder op zee te plaatsen, vermindert de zichtbaarheid vanaf de kust, wat maatschappelijke acceptatie kan vergroten. Wat ik persoonlijk ook een belangrijk pluspunt vind, is dat de installatie en ontmanteling van drijvende fundamenten vaak minder impact hebben op het mariene ecosysteem dan het heien van vaste funderingen. Denk aan minder onderwatergeluid tijdens de installatie en makkelijker verwijderen aan het einde van de levensduur.
De techniek achter de drijvers: innovatie op zee
Hoe werkt het dan precies, zo’n drijvende windturbine? In de kern is het een standaard windturbine, gemonteerd op een groot drijvend platform. Dit platform wordt vervolgens met sterke kabels en ankers vastgelegd aan de zeebodem, zodat het stabiel op zijn plek blijft, zelfs in de ruige omstandigheden van de Noordzee. Er zijn verschillende concepten voor deze drijvende fundamenten in ontwikkeling, elk met eigen kenmerken. Ørsted beschrijft bijvoorbeeld types zoals de ‘spar buoy’ (een lange, verticale cilinder die diep steekt voor stabiliteit), het ‘semi-submersible’ platform (met meerdere drijvers voor stabiliteit, relatief makkelijk te installeren), het ‘tension-leg platform’ (TLP, met strak gespannen kabels voor minimale beweging) en de ‘barge’ (een soort ponton). De keuze hangt af van factoren als waterdiepte, bodemgesteldheid en kosten.
De ontwikkelingen gaan razendsnel, en we zien steeds meer indrukwekkende projecten verschijnen. Equinor was een pionier met Hywind Scotland, het eerste commerciële drijvende windpark ter wereld, operationeel sinds 2017. Recentelijk hebben ze met Hywind Tampen het nu grootste drijvende windpark ter wereld in gebruik genomen, dat zelfs offshore olie- en gasplatforms van groene stroom voorziet – een fantastisch voorbeeld van hoe de oude en nieuwe energiewereld kunnen samenwerken in de transitie. Ook het Kincardine park voor de Schotse kust, dat platforms van Principle Power gebruikt, was een belangrijke mijlpaal als een van de grootste drijvende parken.
Wat ik bijzonder fascinerend vind, zijn de radicale nieuwe ontwerpen die nu opkomen. Neem bijvoorbeeld het Noorse bedrijf World Wide Wind. Zij ontwikkelen gigantische, verticale-as windturbines (VAWTs) die wel 400 meter hoog kunnen worden en een capaciteit van 40 MW per stuk moeten krijgen. Deze turbines hebben twee sets bladen die tegen elkaar in draaien, wat de efficiëntie moet verhogen. Hun VAWT-ontwerp zou ook minder last hebben van het zogeffect, waardoor turbines dichter op elkaar geplaatst kunnen worden. Tegelijkertijd werkt bijvoorbeeld General Electric aan een lichtere drijvende turbine, gebaseerd op hun Haliade-X technologie, met slimme controlesystemen, ontwikkeld met partners als Glosten, om de turbine optimaal te laten presteren en balanceren op de golven.
De innovatie stopt niet bij de turbine zelf. Om de energie van grootschalige drijvende parken efficiënt aan land te krijgen, zijn ook drijvende substations nodig. Dit brengt nieuwe technische uitdagingen met zich mee, omdat de hoogspanningsapparatuur moet kunnen omgaan met de constante beweging. Initiatieven zoals het Floating Offshore Substations (FOSS) JIP, waar Nederlandse bedrijven als Iv en Nevesbu bij betrokken zijn, werken hard aan standaarden en oplossingen. Daarnaast zien we bij projecten zoals Crosswind Hollandse Kust Noord (hoewel zelf een vast-gefundeerd park) innovaties die ook zeer relevant zijn voor de toekomst van drijvende parken, zoals intelligente turbines die zelflerend zijn, technieken om het ‘wake-effect’ (windschaduw) te minimaliseren, de integratie van drijvende zonnepanelen en zelfs offshore waterstofproductie voor energieopslag. Het is geweldig om te zien hoe al deze puzzelstukjes samenkomen.
De Noordzee: een proeftuin vol potentieel en uitdagingen
De Noordzee is zonder twijfel een van de meest veelbelovende regio’s ter wereld voor de ontwikkeling van drijvende windenergie. We hebben hier relatief diep water dicht bij grote energieverbruikers, sterke en betrouwbare wind, en een schat aan offshore ervaring opgedaan in de olie- en gasindustrie. Bedrijven als Equinor bouwen voort op decennia ervaring in deze uitdagende omgeving en investeren fors in zowel vaste als drijvende projecten zoals Dogger Bank en Trollvind. Nederland, met zijn sterke maritieme sector en kennisinstellingen, is uitstekend gepositioneerd om een leidende rol te spelen in deze ontwikkeling.
Economisch gezien is drijvende windenergie nu nog duurder dan de conventionele variant met vaste funderingen. Maar de verwachtingen zijn hooggespannen. Experts voorspellen significante kostenreducties in de komende decennia, mogelijk tot wel 38-50% tegen 2050, door technologische vooruitgang, schaalvergroting en standaardisatie. Sommige studies suggereren zelfs dat drijvende wind in het Verenigd Koninkrijk al begin jaren 2030 zonder subsidie kan concurreren. Het algemene potentieel is enorm, niet alleen voor schone energie, maar ook voor economische groei en werkgelegenheid in de toeleveringsketen.
Natuurlijk zijn er ook uitdagingen. Kostenreductie blijft topprioriteit. Standaardisatie van ontwerpen zou helpen, maar de diversiteit aan concepten maakt dat lastig. Er zijn forse investeringen nodig in de toeleveringsketen en in haveninfrastructuur – denk aan diepe havens met voldoende assemblage-ruimte voor die enorme drijvende constructies. Ook de integratie van deze grootschalige, ver-op-zee gelegen parken in het elektriciteitsnet vraagt om slimme oplossingen. Samenwerking is hierbij cruciaal, niet alleen tussen bedrijven, maar ook internationaal. Het recente akkoord tussen Nederland en Curaçao over kennisdeling voor drijvende wind en waterstof laat zien hoe Nederlandse expertise wereldwijd kan worden ingezet. En ja, soms zijn er operationele kinderziektes, zoals de tijdelijke shutdown bij Hywind Scotland, maar die worden overwonnen en leveren waardevolle lessen op. Goede afstemming met andere gebruikers van de zee, zoals de visserij, blijft eveneens essentieel.
Voorbij de horizon: een blik op de drijvende toekomst
Ik ben ervan overtuigd dat drijvende windparken een gamechanger zijn voor de energietransitie, zeker op de Noordzee. Ze ontsluiten een gigantisch potentieel aan schone energie in gebieden die voorheen buiten bereik lagen. De technologische ontwikkelingen zijn adembenemend en de ambitie in de sector is groot. Het pad is niet zonder hobbels, maar de richting is duidelijk: de toekomst van windenergie op zee is, voor een belangrijk deel, drijvend.
Deze technologie is meer dan alleen een technische oplossing; het is een cruciale bouwsteen voor een duurzame toekomst. Om onze klimaatdoelen te halen en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen af te bouwen, hebben we alle zeilen nodig – of in dit geval, alle drijvende turbines. De schaal waarop dit moet gebeuren is immens, met wereldwijde doelstellingen die honderden gigawatts aan nieuwe offshore windcapaciteit vereisen in de komende decennia. Drijvende wind zal hierin een onmisbare rol spelen.
De reis is nog maar net begonnen, maar de koers is gezet. Wat we nu zien op de Noordzee is het begin van een nieuw energietijdperk. Met voortdurende innovatie, dalende kosten en sterke samenwerking kan de Noordzee uitgroeien tot een wereldwijd voorbeeld van hoe we de kracht van de wind op grote schaal kunnen benutten. De winden die over onze zee waaien, vormen niet langer alleen de golven; ze vormen onze energietoekomst, turbine voor turbine, drijvend op weg naar een schonere wereld. En dat is iets waar ik persoonlijk enorm enthousiast van word.